Drie tips om direct duidelijk en scherp te kunnen schrijven

Wij zijn er blij mee: de Direct Duidelijk Brigade.

Zo, duidelijk genoeg?

Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft iets moois bedacht: een team van taaltypes die (in gele hesjes gehuld, zo stel ik me voor) de mega-complexe communicatie van de overheid eens even stevig gaat versoepelen.

Wij geven zelf al regelmatig schrijftrainingen aan politieke clubs, publieke instellingen en beleidsorganen, en we kunnen uit ervaring vertellen:

HET. IS. NODIG.

Maar uit ervaring weten we ook hoe moeilijk het is om schrijftips te laten landen in bureaucratische organisaties. Vandaar deze blog: drie tips om scherp schrijven in het DNA van een bedrijf te krijgen:

Tip 1: over smaak valt wél te twisten

Wat is het verschil tussen de volgende twee zinnen:

  1. “Naar aanleiding van uw inzageverzoek met betrekking tot de vergunningsverleningsprocedure…”
  2. “U wilde weten hoe we de vergunning verleend hebben…”

Een gewone lezer vóelt het direct. De eerste is ambtenarentaal. De tweede is helderder.

De taalkundige wéét het direct. De eerste loopt over van ‘stijlfouten’. De tweede minder. De eerste telt bijvoorbeeld al twee ‘voorzetseluitdrukkingen’.

Maar voor de ambtelijke schrijver ligt het anders. Wat de burger onbegrijpelijk noemt, en de schrijftrainer een ‘stijlfout’, vindt de schrijver vaak juist mooier.

Neem zo’n voorzetseluitdrukking. Dat is dat je drie of vier woorden gebruikt om één voorzetsel te beschrijven. Kijk maar:

Normale-mensenversieAmbtelijke versie
doorals gevolg van, ten gevolge van
metdoor middel van, in samenwerking met
overten aanzien van, met betrekking tot
omdatvanwege het feit dat, in verband met
......

Nogmaals: vrijwel niemand vindt de langere versie fijner. Denk aan een kleuterjuf die een lastig kind terechtwijst: “Roelofje, met betrekking tot je pestgedrag ten aanzien van Marianne vanwege het feit dat zijn brildragend is….”

De kleuterjuf is Roelofje alweer kwijt.

Maar: op onze schrijftrainingen merken we dat ambtelijke schrijvers de langere voorzetseluitdrukking juist wél fijn vinden. Vaak zijn dat deelnemers die, zoals ze dat zelf zouden zeggen, ‘een juridische opleiding hebben genoten’.

Die deelnemers hebben dus in hun studietijd geleerd dat deze langere versie beter is. Want ‘netter’. Of ‘deftiger’. Of ‘accurater’.

En omdat het juristen zijn, kennen ze de Latijnse spreuk ‘de gustibus non est disputandum’. Voor ons bos-Germanen betekent dat: ‘over smaak valt niet te twisten. Hrmpf’.

Oftewel: als je als Direct Duidelijk Brigade zo’n jurist tipt dat bijvoorbeeld een voorzetseluitdrukking niet goed is, dan gaan ze met je in dispuut.

Wees hierop voorbereid door keihard wetenschappelijk bewijs mee te nemen dat laat zien dat stijlkeuzes zoals deze écht leiden tot minder begrip. Van het soort bewijs waarbij mensen onder scanners gelegd zijn, enzo. Iets wat je uit het Tijdschrift voor Taalbeheersing haalt, bijvoorbeeld.

Allemaal met maar één doel: tussen de ambtelijke oortjes krijgen dat over smaak wél te twisten valt, en dat hun hoogleraar hen destijds het verkeerde heeft geleerd. Als een belabberde moeder die haar kinderen alleen maar patat en hamburgers heeft leren eten. Ook al lijkt het subjectief, het is gewoon objectief: voorzetsels smaken universeel lekker, voorzetseluitdrukkingen smaken universeel vies.

Tip 2: krijg een rugge(n)graat

(Ja, officieel moet het ruggengraat zijn. De goede vrienden van Onze Taal vinden gelukkig beiden goed)

Je kunt het slechte taalgedrag in een organisatie alleen maar veranderen als je de taalcultuur verandert. Één oorzaak van die cultuur beschreef ik hierboven: de ouderwetse hoogleraren op nog ouderwetsere rechtenfaculteiten (en vooruit: bestuurskundefaculteiten kunnen er ook wat van) die pompeus taalgebruik afdwingen.

Maar een belangrijkere oorzaak is deze: de hiërarchie en de angst om de baas voor het hoofd te stoten.

Want hier is hoe elke memo tot stand komt: iemand met de titel ‘onderknuppel’ schrijft iets. Vooruit, hij/zij heet niet écht onderknuppel, maar heeft iets als ‘beleidsmedewerker’ op zijn/haar kaartje staan. Allemaal titels met dezelfde lading: deze meneer of mevrouw is nog geen opperknuppel.

Maar goed: die schrijft dus iets. Kan die memo dan de deur uit? Nou?

Nee, natuurlijk.

Want: eerst moet de direct leidinggevende er nog een plasje over doen. Dan moet de divisiedirectie er nog even naar kijken en dan uiteindelijk ook het bestuur.

En al die mensen zijn doorkneed in het Hollandse poldermodel. De simpele basisregel van het poldermodel is: stoot niemand voor het hoofd, want je komt ze later in ons kleine polderlandje nog eens tegen. En dus moet je iedereen te vriend houden.

Zodoende wordt een keiharde ontslagronde, waarbij je een handvol mensen de deur uit moet zetten omdat ze gewoon écht te traag waren, ineens een ‘transitie naar duurzame inzetbaarheid’.

Watte?

Precies.

Nu kun je als schrijftrainer op een training wel elke keer roepen dat dat soort termen niet goed zijn. Wie weet knikken je cursisten zelfs instemmend: ja, ze zouden tegen hun eigen kleine Roelofje ook niet zeggen dat het tijd is voor een ‘transitie naar duurzame gehoorzaamheid’.

Maar zo gauw ze het eens proberen, krijgen ze het deksel op de neus: dit is een slechte memo, zegt de baas, want jeetje, zo direct kun je het toch niet zeggen?

Een vis begint te stinken bij de kop. Een schrijftraining heeft dus alleen maar effect als je niet alleen de schrijvers zelf traint, maar als je de héle organisatie meekrijgt. Om het in jargon te zeggen: een schrijftraining landt niet als je niet ook tegelijkertijd een change management program begint om buy-in te genereren bij de critical stakeholders.

Potverdrie, nu doe ik het zelf ook.

Ik bedoelde dus: iedereen moet meedoen, de hoge heren en dames bovenaan als eerste.

Tip 3: maak het leuk

Laten we even de eigen loftrompet steken (en ja, je steekt de loftrompet, voordat je erop blaast, zo gaat de uitdrukking). Dit is wat onze deelnemers als eerste zeggen over onze schrijftraining: “Dank voor de training, het was zo leuk!”

Dat klopt, beste deelnemer. Het was leuk. Geen dank.

Maar wat we de deelnemer er níet bij vertellen: achter de schermen werken wij er keihard aan om de training ook leuk te máken.

Want teveel mensen denken bij ‘taal’ aan een strenge docent Nederlands. Of een zuurpruim van een ouder. En teveel mensen vóelen een correctie als een persoonlijke aanval: alsof je dom bent, als je per ongeluk ruggegraat schrijft, en niet ruggengraat. Kan je dan ook nooit eens iets goed doen, Roelofje?

Zucht.

Die toon werkt dus niet, als je mensen beter wilt leren schrijven.

Hoe je een schrijftraining dan wél leuk krijgt? Nou, we gaan natuurlijk niet alles verklappen. Dan moet je maar eens een training bij ons boeken. Dat kan hier.

Maar één tipje van de sluier kunnen we alvast oplichten: je maakt schrijven leuk door het niet alleen te doen. Maak er een spelletje van om elkaars stijlfouten op te sporen en te verbeteren. Help elkáár in plaats van eenrichtings-feedback: elkaar helpen is immers het fijnste wat wij mensen kunnen doen.

Daar heb je het: drie tips die de Direct Duidelijk Brigade direct (ha, ha) kan gebruiken om ambtelijk Nederland te helpen scherper te schrijven. Succes ermee, en als je er niet uitkomt: je kunt ons altijd bellen of mailen he?

No Roelofjes were hurt during the writing of this blogpost

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.