Waarom de krant altijd tegen je liegt

Het leven als krantenjournalist is ook niet makkelijk. Dag-in, dag-uit verschijnt er een nieuwe editie, dus dag-in, dag-uit moet er weer iets gaafs in staan, dus dag-in, dag-uit kijk je tegen een deadline van jewelste aan.

Vandaar dat er in het mediabedrijf soms iets niet helemaal loopt zoals het misschien moet. Zoals vandaag in het Financieele Dagblad. Bovenaan prijkte daar het gezicht van Sigrid Kaag, met daarbij de half-quote:

“Laat de brexit nu maar gebeuren”

Wacht, wat?

Als je even doorbladert, ontdek je al snel dat dit helemaal niet is wat minister Kaag precies zegt. Wat ze precies zegt, in reactie op de vraag of ze liever een no-deal heeft dan nieuw uitstel, is:

“Op een gegeven moment moet er helderheid komen. Voor nieuw uitstel is een goede reden nodig. Welke? Het is moeilijk daar categorisch op te antwoorden.”

Dat is wel heel omzichtig en diplomatiek. Cruyffiaans mystiek, bijna. Hoe komt de krant van zo’n genuanceerde alinea op pagina 15 naar zo’n platte kop bovenaan de voorpagina? Nou, hierom:

Nuance trekt niet

Duh.

Even eerlijk: had ik het interview met Kaag gelezen als die alinea van pagina 15 op de voorpagina had gestaan? Natuurlijk niet.

Ook niet als de journalist het korter had opgeschreven, zoals: “Kaag omschraagt mening over uitstel brexit met mitsen en maren”.  Want doet een politicus immers altijd al, mitsen en maren de lucht inslingeren. Vertel me iets nieuws, krant!

Nu raden we mensen op onze mediatraining vaak aan dat ze afspraken kunnen maken met de journalist. Bijvoorbeeld de afspraak dat ze de tekst voor publicatie nog even kunnen nalezen en eventueel verbeteren op feitelijke onjuistheden. En vaak gaat een journalist daar best mee akkoord, maar in dit geval had dat geen zier geholpen, want:

Iemand anders is de koppensneller

Met koppensneller bedoelen we de persoon die de koppen van de krant schrijft. Niet alleen de koppen op de voorpagina, maar ook de koppen bovenaan elk artikel.

En hier is iets wat vrij weinig mensen weten: vaak is de persoon die de koppen maakt (voor ochtendkranten meestal diep in de avond) héél iemand anders dan degene die de artikelen schrijft. En die koppenmakers hebben hun geheel eigen criteria voor wat een goede kop maakt, zoals bijvoorbeeld blijkt uit dit interview met de koppenmakers van de Telegraaf.

Je hebt dus je artikel nog vooraf gecheckt en eventuele feitelijke correcties heeft de journalist ook doorgevoerd, en tóch komt er iets boven te staan wat je niet wil. En daar kan je dan niks aan doen. Nou, is dat zo?

Rectificeren dan maar?

Officieel kun je natuurlijk altijd een rectificatie aanvragen, als de kop je echt niet aanstaat. En als de kop écht een flagrante fout bevat, dan zal dat nog wel lukken ook. Maar de vraag is of dat de moeite waard is. Eigenlijk niet, want:

  1. Je jaagt de redactie tegen je in het harnas: wat voor een zeurkous ben jij eigenlijk?
  2. Vrijwel niemand leest de rectificaties in de krant, dus je bereikt je doelgroep er ook niet mee

Dus tja, misschien moet je maar beter vertrouwen op wat onder andere de Telegraaf-jongens hierboven ook zeggen: “… koppen, ze zijn net zo vluchtig als het nieuws, morgen weer een dag.”

Mensen vergeten de boude uitspraak die de krant je in de mond legt waarschijnlijk net zo snel als dat ze hem gelezen hebben.

Hoewel

Er is nog één andere methode die je kunt gebruiken. Dit is bijvoorbeeld een onderdeel van onze debattraining, maar ook bij onze mediatraining komt dit natuurlijk terug. De methode is heel simpel:

Help de koppensnellers het zelf te doen

De taalmeesters van de Telegraaf geven weliswaar aan dat er niet echt een formule of recept achter hun koppen-aanpak zit, en wie weet is dat waar. En tegelijkertijd is er niets wat je tegenhoudt om zelf alvast, nog voorafgaand aan het eerste interview, na te denken of je zelf niet een machtige metafoor, scherp synoniem of ronkende samenstelling kunt verzinnen.

Houdt je bij het interview dan vervolgens aan alle andere tips (die er uiteindelijk allemaal voor bedoeld zijn de journalist te helpen), zoals: spreek kort en bondig, vermijd vaagheden en beantwoord de vraag die écht gesteld wordt, niet de vraag die je denkt dat gesteld wordt, en dan kom je een heel eind.

Zekerheid heb je niet. Zekerheid heb je nooit. Maar de kans dat het jouw kop wordt die bovenaan staat, wordt misschien een stukje groter.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.