‘Liberals lecture, conservatives communicate’ – mooi campagne-advies!

Kijk eens wat deze drie onderzoekers hebben gepubliceerd: een grondige en gedegen analyse van het spraakgebruik van ‘liberale’ politici versus ‘conservatieve’ politici: ‘liberals lecture, conservatives communicate’ van Martijn Schoonvelde, Anna Brosius, Gijs Schumacher & Bert Bakker.

Superinteressant!

Maar wat betekent het nou precies? En wat kun je ermee als je campagne gaat voeren voor bijvoorbeeld de komende Provinciale Statenverkiezingen? 

Taal en ideologie hangt samen

Postmoderne types zouden zeggen dat taal ideologie veroorzaakt. Maar dat zeggen deze onderzoekers dus niet. Ze hebben alleen maar ontdekt dat er een duidelijke samenhang is tussen waar een politicus staat op het Kieskompas en de lengte van de zinnen die hij/zij spreekt. Hoe meer ‘cultureel liberaal’ je bent, hoe ingewikkelder je spreekt; Hoe meer ‘cultureel conservatief’ je bent, hoe makkelijker je spreekt. Waar je staat op de klassieke ‘links-rechts-as’, die van ‘overheid versus markt’, maakt dan weer niet uit. Dus: politici van bijvoorbeeld GroenLinks en D66 spreken langere zinnen met moeilijker woorden dan bijvoorbeeld politici van de PVV.

Nogmaals: de onderzoekers zeggen nergens iets over oorzaken. Ze speculeren er wel een beetje over: het verband zou kunnen komen omdat er een bekend verband is tussen persoonlijkheid en ideologie: mensen die hoog scoren op ‘openheid’ zijn vaker cultureel liberaal en hebben gemiddeld ook een voorkeur voor ingewikkeldere zinnen. Mensen die hoog scoren op ‘consciëntieusheid’ zijn vaker conservatief en hebben gemiddeld ook een voorkeur voor simpeler zinnen.

Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat bijvoorbeeld conservatieve politici zich bewust aanpassen aan het taalgebruik van hun doelgroep.  Bestaat deze uit mensen die cultureel conservatief zijn, dan weet je dat ze korte zinnen fijner vinden. Wil je aantrekkelijk speechen voor deze doelgroep, dan moet je dus je taalgebruik versimpelen.

Wat kun je ermee?

De volgende vraag is natuurlijk wat je ermee moet. Het eerste advies zou voor de cultureel liberalen kunnen zijn: spreek eens wat simpeler!

Maar dat brengt een strategisch dilemma met zich mee: als D66 en GroenLinks ineens net zulke korte, pakkende one-liners eruit zouden gooien als Geert Wilders, zou de huidige achterban zich er dan nog wel in herkennen?  Of raken ze die dan kwijt?

De cultureel conservatieve kant heeft een vergelijkbaar strategisch dilemma: door ‘moeilijker’ te spreken, herkennen de cultureel liberalen er zich misschien iets meer in, maar loop je het risico de cultureel-conservatieve achterban kwijt te raken.

Een tweede advies past dan misschien beter bij dit strategische dilemma: differentieer je campagne-uitingen naar gelang de doelgroep en het medium. Voor de cultureel conservatieven onder jullie: dit betekent dat je anders praat tegen andere mensen. Duh.

Dat betekent dat je voor een cultureel liberale doelgroep en medium je bewust wat complexer spreekt, ook als je Geert Wilders bent, en dat je voor een cultureel conservatieve doelgroep en medium je bewust wat simpeler spreekt, ook als je Rob Jetten bent.

Risico’s

Geert Wilders en de PVV passen dit strategisch advies al jaren voor de helft toe: het verklaart precies waarom Geert Wilders zich bijna nooit laat interviewen of vrijwel nooit in een als ‘typisch grachtengordel’ bekend staand TV-programma verschijnt zoals Buitenhof. De PVV dwingt zichzelf om kort en bondig te spreken omdat ze vooral communiceert via twitter. Dan kun je niet anders dan korte zinnen maken.

Maar wat we de PVV niet zien doen, is bewust een politicus naar Buitenhof sturen of in het NRC laten interviewen die juist wél complexe zinnen uitspreekt. Misschien vermijdt de PVV bewust het opzoeken van de cultureel liberale doelgroepen en media met complexere boodschappen, omdat de schijn van inconsistentie snel gewekt is: in de ene context zegt een partij dan het één, in een andere context dan het andere. En een partij die met twee monden spreekt, komt niet betrouwbaar over.

Nog lastiger bij de uitvoering: als taalgebruik en ideologie inderdaad verband met elkaar houden vanwege een verschil in persoonlijkheid, dan is het nog maar de vraag of de politici zich überhaupt kúnnen aanpassen aan de verschillende contexten: iemand van D66 probeert dan misschien even de kretologie van de PVV te evenaren op twitter, maar denkt dan algauw: ‘ik wil dit helemaal niet – zo wil ik geen politiek bedrijven!’.

Toch zou het grappig zijn om te zien bij de komende campagne: een D66’er die de barricades opklimt met een sappige one-liner op het spandoek, of een PVV’er die met een verkiezingsprogramma komt van meer dan drie A4’tjes.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *