Vinden we spreken in het openbaar écht enger dan doodgaan?

Wij trainen mensen onder andere in prachtig presenteren en pitchen. En nu wil het wel eens voorkomen dat onze deelnemers al eens een training hebben gehad. Kan gebeuren, natuurlijk. Maar soms hoor je dan iets over de meningen die onze concullega’s de lucht inslingeren, waarvan je denkt: nou, nou…

Laatst hadden we er weer zo eentje: een deelnemer riep ons (reeds) toe dat spreekangst de nummer één angst is. Dat wij mensen zelfs banger zijn voor spreken in het openbaar dan om dood te gaan. Oftewel: dat vrijwel iedereen het méént wanneer ze zeggen: “een presentatie houden? Ik ga nog liever dood!”

Ik word er onpasselijk van…

Om het met een clickbait-kop te zeggen: ik probeerde laatst uit te zoeken of het waar is dat we banger zijn voor spreken in het openbaar dan om dood te gaan…EN JE RAADT NOOIT WAT IK VOND!

Waar komt dit vandaan?

Nou ja, je raadt het wel natuurlijk: het is onzin. Deze claim is gebaseerd op een onderzoekje uit 1973. Ik schrijf bewust ‘onderzoekje’, want het stak niet heel wetenschappelijk in elkaar. Het was een survey van een commercieel onderzoeksbureau, destijds uitgevoerd ‘voor de leuk’ en ongetwijfeld ook als promotiemateriaal.

In die survey werd één vraag gesteld. Respondenten kregen eerst een lijst met veertien mogelijke onderwerpen te zien waar ze bang voor zouden kunnen zijn. In die lijst stonden naast ‘de dood’ en ‘spreken in het openbaar’ ook zaken als ‘eenzaamheid’, ‘het donker’ en meer concrete dingen als ‘honden’, ‘liften’ en ‘financiële problemen’.  Daarna werd gezegd: ‘iedereen is wel eens bang voor of nerveus over iets. Selecteer uit deze veertien onderwerpen de dingen waar jij wel eens bang voor bent of nerveus over bent’.

Een unicum: Erica Terpstra was eens niet blij, maar nerveus. Voor de Dalai Lama. 

De vraag was dus niet: ‘noem het ene ding waar jij het bangste voor bent’ en ook niet: ‘zet deze veertien onderwerpen op volgorde van waar jij het bangste voor bent, met het onderwerp waar jij het bangste voor bent helemaal bovenaan en die waar jij het minst bang voor bent, helemaal onderaan’.  De vraag was alleen maar: ‘is dit iets waar je bang voor bent?’.

Er waren in dat ene onderzoek net even wat meer mensen die spreken in het openbaar uit het lijstje van veertien selecteerden dan ‘doodgaan’. Maar over de vergelijking tussen de twee, of alle veertien, kun je op basis van deze vraagstelling eigenlijk helemaal niets zeggen.

Science saves the day!

Gelukkig zijn er altijd kritische wetenschappers die dit soort voorbijvliegende claims uit de lucht plukken om ze eens onder de microscoop van het scherpe denken te leggen. Zo hebben twee onderzoekers van de Universiteit van Nebraska in 2012 geprobeerd om de resultaten van het eerdere onderzoek te repliceren. De resultaten daarvan vind je hier op Research Gate. De conclusie van dat onderzoek? Simpel: als je mensen vraagt waar ze wel eens bang voor zijn, dan geven ze inderdaad vaker aan dat ze bang zijn voor spreken in het openbaar. Vaker, dus niet: ‘meer’. Maar vraag je aan mensen waar ze banger voor zijn door een gegeven lijst te ordenen, dan staat ‘doodgaan’ fier bovenaan het lijstje van grootste angsten, met ‘spreken in het openbaar’ direct daaronder op nummer twee.

En ook daar is weer direct een kanttekening bij te plaatsen: de populatie waar de respondenten uit getrokken zijn, is totaal niet representatief. De vraag is gesteld aan studenten van de Universiteit van Nebraska, specifieker nog aan studenten die zich hadden ingeschreven voor een cursus ‘Spreken in het openbaar’. Alsof je voor een cursus ‘zwemmen voor volwassenen’ eerst vraagt: ‘hoe bang ben je om anders te verdrinken?’ – in die context is het antwoord natuurlijk: ‘zeer bang!’.

En hoe bang ben je voor haaien, trouwens? 

De auteurs van deze tweede studie claimen dan ook terecht niet dat ‘iedereen’ spreken in het openbaar heeft als op-één-na-grootste angst: ze rapporteren alleen maar dat specifiek deze groep spreken in het openbaar als nummer twee angst heeft en dat daarmee dus de eerdere, generieke claim ‘dat mensen banger zijn voor spreken in het openbaar dan doodgaan’ niet waar is.

Het kaf van het koren scheiden

Waarom deelt men dit soort fake news dan toch zo graag met elkaar? Ik heb vermoedens, en weet niets zeker. Één vermoeden is dat deelnemers zich erachter kunnen verschuilen: ‘zie je wel, iedereen is doodsbang voor presenteren!’. Een ander is dat het lekker bekt en goed verkoopt. Net als die andere mythe die je te pas en te onpas hoort: dat lichaamstaal en non-verbale communicatie bij elkaar 93% van onze boodschap bepaalt en dat wat we zeggen maar voor 7% uitmaakt. “Shocking!” denk je nu, “ik moet een presentatietrainer bellen om die 93% op orde te krijgen!”. Maar dat hoeft dus niet: ook dit is fake news. 

Uit Rusland, natuurlijk

Mocht je nu denken: ja ammehoela, AD REM Debat & Strategie, leuk stukje, maar ik krijg zelf nog steeds de bibbers als ik de planken op moet, dan hebben we goed nieuws: je kunt natuurlijk altijd met ons contact opnemen voor een presentatietraining. En het mooie is: wij verkopen je gegarandeerd niet het soort onzin dat we hierboven juist ontkrachten. We laten je veel oefenen en geven feedback, en hebben dus helemaal geen tijd voor fake news. Dus: horen we binnenkort van je?

 

 

 

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *